nl en

info@cultuurparticipatie.nl
030 - 233 60 30

Project Sporen door Oost van Stichting Kapsalon. Fotograaf: Marisa Beretta Project Sporen door Oost van Stichting Kapsalon. Fotograaf: Marisa Beretta

Provinciale steuninstellingen

Hoe steuninstellingen samen met partners bouwen aan betere ondersteuning voor amateurkunst in hun provincie. En met deze regeling samenwerkingsprojecten ondersteunen met structurele impact.

Samen bouwen aan sterke ondersteuning van amateurkunst in de provincie 
Provinciale steuninstellingen vervullen een sleutelrol in de ondersteuning van amateurkunst binnen de provincie. Zij verbinden organisaties, gemeenten en makers, delen kennis en zorgen voor samenhang tussen lokaal, provinciaal en landelijk niveau. 

Deze subsidieregeling biedt de mogelijkheid aan provinciale steuninstellingen om deze rol, samen met partners in het veld, verder te kunnen uitbouwen en vernieuwen. 
 
De focus ligt op projecten die de samenwerking en kwaliteit van de ondersteuning verbeteren. Denk aan nieuwe samenwerkingsvormen, gedeelde werkwijzen en betere afstemming tussen partijen. De centrale vraag daarbij is: hoe zorgen we dat organisaties beter samenwerken en amateurkunst duurzaam wordt ondersteund? 

Zo werk je niet aan losse initiatieven, maar bouw je aan een sterke, samenhangende infrastructuur waar amateurkunstgroepen op kunnen blijven bouwen. 

Wat voor projecten passen hier? 
Het gaat om samenwerkingsprojecten die de infrastructuur van amateurkunstondersteuning versterken. Projecten die zorgen voor meer samenhang, betere afstemming en sterkere verbindingen tussen organisaties, disciplines en overheidslagen, en die de ondersteuning als geheel beter laten werken. 

Je ontwikkelt bijvoorbeeld nieuwe manieren om ondersteuning te organiseren, kennis te delen of samen te werken, met blijvende meerwaarde voor amateurkunstgroepen in de provincie. Denk aan: 

  • een nieuwe samenwerkingsaanpak tussen provinciale, lokale en landelijke partijen; 
  • projecten die zorgen voor betere afstemming tussen disciplines of ondersteunende organisaties; 
  • een provinciaal kennis- of ontwikkeltraject rond amateurkunst; 
  • het testen van nieuwe ondersteuningsvormen die ook na afloop toepasbaar blijven. 

Deze voorbeelden geven een beeld van de bandbreedte aan projecten die binnen deze regeling passen. Ze zijn niet uitputtend: centraal staat de bijdrage aan een sterke, samenhangende infrastructuur voor amateurkunst. 

Wat vraagt de regeling van provinciale steuninstellingen: 
Binnen deze paragraaf gelden de volgende verplichte voorwaarden. Projecten: 

  • dragen bij aan vernieuwing of versterking van de provinciale infrastructuur voor amateurkunst; 
    gaan verder dan het voortzetten van reguliere activiteiten; 
  • zijn gericht op meer samenhang, betere afstemming en sterkere samenwerking binnen de provincie; 
  • zijn gebaseerd op samenwerking, waarbij in het project wordt samengewerkt met: 
  • minimaal één andere culturele instelling die werkzaam is in de amateurkunst; 
  • minimaal één amateurkunstgroep, een verzameling van groepen (bijvoorbeeld een lokale federatie of stedelijk platform) of een collectief van (cultureel) professionals werkzaam in de amateurkunstensector;  
    Voor deze samenwerking wordt een overeenkomst opgesteld, ondertekend door in elk geval de culturele instellingen die werkzaam zijn in de amateurkunst. 
  • dragen bij aan minimaal één van de vijf inhoudelijke kernambities uit de Actieagenda Amateurkunstondersteuning 2025 (van de in totaal tien ambities). Daarmee draag je bij aan de verdere ontwikkeling van de ondersteuning van amateurkunst, bijvoorbeeld door vernieuwing, samenwerking, kennisdeling of professionalisering. 
  • delen kennis, ervaringen en opbrengsten met partners en het veld, onder andere via deelname aan het Kennistraject Amateurkunstondersteuning van LKCA; 
  • werken volgens de Fair Practice Code, de Code Diversiteit & Inclusie en de Governance Code Cultuur, zoals deze binnen de subsidieregeling worden toegepast; 
  • zijn toegankelijk voor mensen met een beperkte mobiliteit.  
In je project wordt gewerkt aan een of meer van de volgende effecten:
Nabijheid

Deelnemers kunnen, individueel of in groepsverband, dicht bij hun leefomgeving aan cultuurbeoefening doen. Het aanbod sluit aan op de wensen en behoeften van deelnemers, (h)erkent en stimuleert talenten en is laagdrempelig, inclusief en sociaal veilig. Het gaat in deze regeling om versterking van de infrastructuur en/of vernieuwing van het aanbod. Het project is geslaagd als de activiteiten de nabijheid voor cultuurbeoefenaars heeft vergroot.

Relevantie

Amateurkunstgroepen hebben het vermogen om eigentijds te blijven door zich continu aan te passen aan de huidige tijd, en om de ontwikkeling van nieuwe artistieke inhoud en organisatievormen te integreren. Amateurkunstgroepen blijven relevant door in te spelen op veranderingen in de manier waarop cultuur wordt beleefd en beoefend. Hierdoor wordt een brede deelname gestimuleerd, die in de omgeving wordt gewaardeerd. Het gaat in deze regeling om bijvoorbeeld het bouwen van netwerken, het aangaan van samenwerkingsrelaties, het inzetten op ontwikkelingstrajecten of methodiekontwikkeling. Het project is geslaagd als de activiteiten de relevantie van amateurkunstgroepen heeft versterkt.

Toegankelijkheid

Het amateurkunstenveld kent een culturele infrastructuur, die gelijkmatig verdeeld is over het Koninkrijk der Nederlanden. Deze infrastructuur biedt kansen aan allerlei soorten deelnemers en vormen die voorheen uitgesloten waren. Het veld is een georganiseerde, sterke en sociaal veilige sector met belangenorganisaties en netwerk. Het gaat in deze regeling om kansen voor mensen uit alle lagen van de bevolking, bijv. mensen met een migratieachtergrond of die een drempel ervaren tot cultuurdeelname. Maar ook om vormen die aansluiten op bijvoorbeeld grensvervaging tussen disciplines en sectoren, tussen online-offline cultuurbeoefening en tussen individuele versus groepsbeoefening. Het project is geslaagd als de activiteiten de toegankelijkheid voor (potentiële) cultuurbeoefenaars heeft vergroot.

Praktisch

Voor wie 
We verstrekken deze subsidie uitsluitend aan onderstaande steuninstellingen. De maximaal aan te vragen bedragen zijn: 

  • Vrijdag, Groningen: € 127.500  
  • Keunstwurk, Friesland: € 170.000  
  • Kunst & Cultuur, Drenthe: € 111.000  
  • Rijnbrink, Overijssel: € 257.500  
  • Kubus, Flevoland: € 66.000  
  • Cultuur Oost, Gelderland: € 434.000  
  • ZIMIHC, Utrecht: € 235.000   
  • Plein C, Noord-Holland: € 479.000  
  • Kunstgebouw, Zuid-Holland: € 564.000  
  • Kunstloc Brabant, Noord-Brabant: € 516.500  
  • Huis voor de Kunsten Limburg, Limburg: € 258.000  
  • Cultuurkwadraat, Zeeland: € 81.500 

Subsidie 
Maximaal 50% van de totale subsidiabele projectkosten. 

Cofinanciering 
De provincie levert een verplichte financiële bijdrage. Deze bijdrage is minimaal gelijk aan het bedrag dat binnen deze regeling wordt aangevraagd. 

Projectduur 
Maximaal 30 maanden. 

Projectstart 

  • niet eerder dan 13 weken na het indienen van de aanvraag; 
  • uiterlijk 9 maanden na toekenning van de subsidie.  

Indientermijn 
2 februari 2026 (13.00 uur) t/m 1 april 2026 (17.00 uur) 

Projectplan 
Maximaal 5000 woorden. 

Wat maakt Vliak mogelijk? 
Vliak gaat over de rol die organisaties spelen in het versterken van de ondersteuning van amateurkunst. Door samen te werken, kennis te delen en structuren te ontwikkelen, maken zij het mogelijk dat amateurkunstgroepen zich kunnen blijven ontwikkelen — nu en in de toekomst. 

Verder lezen 
Wil je meer lezen over hoe Vliak is ingericht voor landelijke amateurkunstkoepels en wat de regeling daar vastlegt over samenwerking en ondersteuning binnen disciplines? Lees dan verder bij deze paragraaf.  

Ben je benieuwd naar het open onderdeel voor culturele instellingen, waar ruimte is voor projecten en ideeën? Je leest er hier over.  

Voor algemene vragen kun je contact opnemen via amateurkunst@cultuurparticipatie.nl 
of contact opnemen met één van onze subsidie-adviseurs.