Vrijdagmiddag, lente en zonnig. Ik fiets langs de muziekschool in mijn buurt. Uit de open ramen dansen stemmen en klanken. Niet allemaal even zuiver, wel allemaal even schitterend. Ik glimlach want het raakt me. Hier binnen gebeurt iets wat niet meer zo vanzelfsprekend is: kinderen die naast elkaar staan, die samen iets maken, die met elkaar spelen, die naar elkaar luisteren. Hier leren ze niet alleen een instrument bespelen. Ze leren elkaar en daarmee de wereld verstaan.
Ik weet hoe heerlijk dat is. Vanaf mijn zevende deed ik aan ballet – jazz en klassiek. De balletklas was een plek waar ik kon dromen, ontspannen, mezelf zijn. Op mijn zestiende deed ik mee aan een straattheateruitwisseling tussen Den Bosch en Trier. Twee weken lang improviseren op straat, voor volstrekte vreemden. Dat was eng, en ongelooflijk bevrijdend tegelijkertijd. Die ervaring gaf me speelsheid, lef, zelfvertrouwen. Een cadeau voor het leven. Het bracht me bovendien in contact met jongeren uit heel andere culturen. Ik leerde: op het podium ben je geen Nederlander of Duitser, je bent gewoon mens. Later ben ik naast rechten ook theaterwetenschappen gaan studeren. Ik weet zeker dat het zaadje voor dat idee is geplant op die straat in Trier.
Cultuur is niet soft, cultuur geeft een samenleving juist haar ruggengraat. En toch bezuinigen gemeenten erop. Muziekscholen verdwenen. Centra voor de kunsten sloten hun deuren. Verenigingen kregen het financieel lastig.
Ik begrijp de financiële druk – het sociaal domein heeft enorme lasten gelegd op gemeentelijke begrotingen. En cultuur heeft geen wettelijke verankering, en dus is het een makkelijke post om te schrappen.
Maar dat is kortzichtig. Want uiteindelijk komen die bezuinigingen ons duur te staan. Wie nu snoeit in jeugdcultuur, betaalt straks meer voor jeugdzorg. Wie de muziekschool sluit, ziet de rekening later terugkomen in eenzaamheidsbeleid, in zorgkosten, in een buurt waaruit het leven langzaam wegsijpelt.
Dat verband is niet nieuw. We vergeten het alleen steeds weer.
"Ballet en straattheater brachten me speelsheid, lef, zelfvertrouwen. Een cadeau voor het leven."
Hoeveel Nederlanders zingen niet in een koor? Ik denk weleens dat koren de stille verbinders van dit land zijn. Elke week bij elkaar komen, samen iets moois maken, de ander niet als bedreiging ervaren maar als medezanger. Het gebeurt al generaties lang. En er is iets magisch aan samen zingen; in een koor word je meer dan de som der delen. Je staat naast iemand die je anders misschien nooit zou ontmoeten, en jullie stemmen gaan op in iets groters. Zo is het ook bij de amateurband. De theaterclub. De hiphoples op vrijdagmiddag.
Bij het Fonds voor Cultuurparticipatie zien we elke dag wat cultuur voor mensen doet. We ondersteunen bijvoorbeeld Stichting Connexa in Harlingen, die met het project Doch it inwoners én bewoners van het asielzoekerscentrum samenbrengen via zes kunstdisciplines. Een eerste kennismakingsdag groeide uit naar vijftien bijeenkomsten met een festival als een gezamenlijk eindproduct.
Of neem SPOT in De Kubus in Lelystad, waar kwetsbare jongeren drie keer per week kunnen binnenlopen om te werken met muziek, spoken word en graffiti. Het recept is simpel: de gemeente investeert, ons Fonds financiert mee en het resultaat is dat jongeren opbloeien. Samen zorgen we ervoor dat projecten kunnen wortelen in de lokale samenleving.
"Wij kunnen dit niet alleen. Samen zorgen we ervoor dat in elke buurt een plek blijft waar iets gemaakt wordt."
Op 18 maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen. We kiezen de mensen die de komende vier jaar beslissen over onze omgeving. Over de muziekschool, het buurthuis, het jongerencentrum, de cultuurvereniging om de hoek. Vraag de kandidaten: wat gaan jullie doen voor cultuur in mijn gemeente? Omdat het geen luxe is, maar een fundament. Een medicijn tegen eenzaamheid. Een investering in de mentale gezondheid van jongeren die na corona vastlopen. Het bindmiddel tussen mensen die elkaar anders nooit zouden ontmoeten.
Er zijn mensen die door een dansproject weer zin in het leven kregen. Ouderen die door samen te zingen de week doorkwamen. Jongeren die weer optimisme voelden doordat ze opgingen in hun zelfgeschreven toneelstuk. Meestal beginnen zulke grote dingen klein. Ergens op een vrijdagmiddag in een muziekschool, met een paar valse noten die toch heel erg kloppen.
Wij kunnen dit niet alleen. Gemeenten kunnen het niet alleen. Maar samen – jij als kiezer, je gemeente als bestuurder, en wij als landelijk Fonds – zorgen we ervoor dat in elke buurt een plek blijft waar iets gemaakt wordt. Iets gezongen. Iets gedanst. Iets dat meer is dan de som der delen.